NLP WOORDENLIJST

Ankeren
Het proces waarbij een interne reactie geassocieerd wordt met een externe stimulus zodat de reactie snel en onopvallend opgeroepen kan worden.

Associëren
Hierbij zijn gevoelens en een groot deel van de zintuigelijke ervaring een beleving in de situatie zelf. 'Je zit er helemaal in.'

Auditief
Het horen en terughalen van geluiden.

Backtracken
Benoemen van exacte primaire uitdrukkingen, de hoofdpunten van wat de ander zegt. Oftewel: letterlijk iets nazeggen.

Bail-out anchor
Veiligheidsanker om uit een negatieve herinnering te komen.

Breakstate
Een indirecte manier om stop te zeggen en partijen in een neutrale stemming te krijgen.

Bouwstenen
Een techniek bestaat uit een reeks onderdelen die in chronologisch volgorde al dan niet meerdere malen herhaald worden. Deze onderdelen noemen we bouwstenen. Er zijn bouwstenen die een techniek aankleden c.q. ondersteunen.

Chunken
Organiseren van informatie d.m.v. chunken op verschillende niveaus:
• bij up-chunken naar een hoger, abstracter niveau
• bij lateraal chunken naar hetzelfde niveau (zoeken naar overeenkomsten)
• bij down-chunken naar een specifieker, concreter en gedetailleerder niveau

Dissociatie
Afstandelijk een gebeurtenis ervaren zonder daar een emotie aan te koppelen. Kijken naar jezelf en afstand creëren van de situatie.

Eye accessing cues
Oogbewegingen die de voorkeuren van het representatiesysteem aangeven en de combinaties die daarbij worden gemaakt.

Feedback
Een positief geformuleerde manier om te reflecteren op gedrag. Een veel voorkomend feedback-model is het sandwich-model.
Future pace
Afstemmen op de toekomst. Mentaal een voorstelling maken om het gewenste gedrag in de toekomst automatisch en op een natuurlijke manier plaats te laten vinden.

Gustatoir
Heeft te maken met je smaak en proeven.

Herkaderen
Veranderen van een negatieve gedachte in een positieve gedachte zonder dat de ervaring verandert.

Hulpbronnen
Met hulpbronnen kun je een oplossing genereren waarbij ongewenst gedrag verandert naar gewenst gedrag. Hulpbronnen kunnen zijn: talenten, emoties, vaardigheden, kwaliteiten, waarden, competenties enz.

Interventie
Een methode/techniek toepassen om een doel te bereiken.

Kalibreren
Leren herkennen van onbewuste, non-verbale reacties van een andere persoon.

Kinesthetisch
Heeft te maken met gevoel en het terughalen van een gevoel, zowel intern als extern.

Metafoor
Een overdrachtelijke uitdrukkingsvorm waarbij een boodschap is verpakt in een verhaal of anekdote.

Metamodel
Een model waar categorieën taalpatronen worden geïdentificeerd die problematisch of dubbelzinnig kunnen zijn. Doel is om meer specifieke beschrijvingen van ervaringen te krijgen.

Miltonmodel
Het omgekeerde van het metamodel. Hypnotische taalpatronen waarbij uitspraken effectief vaag zijn.

NLP
Neuro (verwijst naar hersenen, zenuwstelsel), Linguistisch(verwijst naar taal, verbale en non-verbale communicatie), Programmeren (verwijst naar het aan- en afleren van bepaald gedrag en bepaalde vaardigheden).

Pacing en leading
Een methode om snel rapport op te bouwen door eigen gedrag af te stemmen op het gedrag van degene met wie gecommuniceerd wordt. De ander volgen (pacing).
Langzaam en op een elegante en rustige manier van houding veranderen en overgaan van volgen naar leiden (leading).
Programmer
Een ander woord voor coach. Een programmer begeleidt het proces en werkt middels een interventie naar een gewenst resultaat.

Olfactoir
Heeft te maken met geur en ruiken.

Rapport
Het proces van afstemmen waarbij aspecten van het eigen externe gedrag aangepast en afgestemd worden op dezelfde aspecten in het externe gedrag van de gesprekspartner. Het doel van rapport maken is vertrouwen, harmonie en samenwerking in een relatie tot stand te brengen.

Representatiesystemen
Zijn o.a.: visueel, auditief, kinesthetisch, olfactoir en gustatoir.

Sandwich-model
Een manier om feedback te geven waarbij de boodschap (= aandachtspunt) is 'verpakt' tussen twee positieve punten.

Strategie
Een specifiek geheel van mentale stappen en gedragingen die tot een bepaald resultaat leiden. Het belangrijkste aspect van een strategie is het gebruik van het representatiesysteem om specifieke stappen uit te voeren.

Subject
Ook wel cliënt of coacheeé genoemd. Iemand die een interventie ondergaat met als doel ongewenst gedrag te vervangen door gewenst gedrag.

Synesthesie
Overlapping tussen twee representatiesystemen, bijvoorbeeld zien - voelen, waarbij het gevoel ontleend wordt aan wat er gezien wordt.

Submodaliteiten
De specifieke zintuigelijke kwaliteiten die door de zintuigen worden waargenomen. Bijvoorbeeld kleur, volume, temperatuur.

Timeline
Een methode/techniek om letterlijk transformaties te bewerkstelligen. In een timeline zijn alle hulpbronnen aanwezig die nodig zijn om te transformeren.

Transderivationeel zoeken
Een onbewust en automatisch zoekproces in opgeslagen herinneringen.

Vormvoorwaarden
Voorwaarden om succesvolle doelen te behalen en deze vorm te geven. De vormvoorwaarden moeten getoetst worden alvorens aan een coachingstraject te beginnen.

Visueel
Heeft te maken met zien en kijken en met het terughalen van beelden.

Waarnemer
Een waarnemer is gedissocieerd. Hij/zij observeert zonder daar een emotie aan te koppelen.

Zintuiglijke kanalen
• V = Visueel
• A = Auditief
• K = Kinesthetisch
• O = Olfactoir
• G = Gustatoir

Werknemers / eigenaren van deze bedrijven hebben gekozen voor NLP Opleidingen Wegener

Wil je op de hoogte gehouden worden meld je dan aan voor de nieuwsbrief: